maandag 20 september 2010

Inleiding van Ljoedmila Oelitskaja

Toen in ons land de president werd opgevolgd, stelden Westerse joernalisten mij niet hun vroegere standaardvraag - “Houdt u van Poetin?”. Neen, zij begonnen te vragen - “Wat stelt Medvedev voor?” In alle eerlijkheid antwoordde ik - “Ik weet het niet”. Overigens was er niemand in het land die het wist. Die man kwam uit de lucht gevallen. We wisten alleen dat hij een jurist was.

“We zullen het gauw weten”, - antwoordde ik. - “Als ze Chodorkovskij vrijlaten, dan betekent dat dat hij een onafhankelijk politicus is. Indien niet, dan is hij een fictief personage”.

Ze hebben Chodorkovskij niet vrijgelaten. Meer nog, ze hebben nog een andere zaak tegen hem verzonnen, zo mogelijk nog méér op los zand gebouwd. Maar ondanks die omstandigheden gedraagt Chodorkovskij zich voortreffelijk - met een groot besef van zijn eigen waardigheid, onbevreesd en zelfs, zo je wil, uitdagend.

Ik heb mijn eigen persoonlijke geschiedenis: in het algemeen hou ik niet van de rijken. Ik heb een scherp gevoel voor sociale rechtvaardigheid, soms schaam ik mij voor de rijken. Dit is mijn vooroordeel, ik geef dat toe. Anderen hebben overigens ook vaak zwak gemotiveerde vooroordelen: sommigen houden niet van de Joden, anderen houden niet van Tadzjieken, nog anderen van politieagenten, nog anderen van pit-bull honden.

Ik was vroeger dus niet bijzonder geïnteresseerd in Chodorkovskij of in Yukos, tot ik op mijn vele reizen in ons grenzeloze moederland ontdekte dat, waar ik mij ook bevond, ik overal geconfronteerd werd met Chodorkovskij's werken: in kindertehuizen en [gevangenis] kolonies, in scholen en in universiteiten. Ik moet daar misschien bij vertellen dat ik jaren op de Stanford Universiteit heb doorgebracht, een instelling die bedacht en gebouwd werd met het geld van een meedogenloze kapitalistisch met zelfs een duistere reputatie: mijnheer Stanford. Ik heb zijn geschiedenis aandachtig bestudeerd en ik begon Stanford te bewonderen. En ik begreep dat ons land behoefte had aan zulke mensen. Zij - de Botkins, de Soldatenkovs, de Sjtsjoekins, de Chloedovs, de Tretjakovs - waren talrijk in het begin van de 20ste eeuw, maar de Sovjet-macht had hen uitgeroeid. En het was net toen ik de enorme uitgestrektheid van de sociale filantropie van Michail Borisovitsj Chodorkovskij begon op te merken, dat ik ervan genoot en dacht: onze zaak is helemaal niet zo hopeloos.

Kort nadat ze Chodorkovskij hadden opgesloten en hem zijn bedrijf hadden afgepakt en vernietigd - of in hoge mate in stukken hadden gehakt -, bleek van zijn enorm, goed georganiseerd filantropisch systeem, nog alleen de Koralovo kostschool voor weeskinderen over te blijven. Ze waren er nog niet in geslaagd om die ook te vernielen en de kostbare grond waarop ze zich bevond, in te palmen.

Om kort te gaan, hoe meer ik met zijn zaak bekend geraakte, des te meer begon Chodorkovskij mij te bevallen, zelfs in die mate dat ik onrechtstreeks, via tussenpersonen (advocaten), met hem in contact was gekomen. Ik heb een aantal vragen gesteld en antwoorden gekregen die mij grotendeels bevielen.

Nu weet ik veel meer over de omstandigheden van deze zaak dan een jaar geleden. En alles is veel erger dan het op het eerste gezicht leek.

Laten we eerst even komaf maken met de onvoorwaardelijke argumenten ten gunste onze huidige tijden: ze hebben hem tenslotte niet doodgeschoten in de kelder van Loebjanka op de derde dag na de beslissing van een trojka, ze hebben hem niet vergiftigd met radioactief plutonium of met een giftige worst. Neen, ze hebben een dure rechtszaak georganiseerd. Ze hielden hem vast in de Tsjita regio, vanwaar ze hem niet in een teploesjka [1], maar met een vliegtuig naar Moskou brachten, en kerosine is duur dezer dagen. Zij betalen het salaris van de rechter, de aanklagers, de bewakers, de huisvrouwen en de chauffeur die de gevangenen Chodorkovskij en Lebjedev vier keer per week naar het proces rijdt in een gepantserd wangedrocht - heel groot en heel duur.

Wij, de belastingbetalers, betalen voor deze langdurige bespotting van het gezond verstand. Wij, de burgers, kunnen niets doen om een einde te maken aan deze farce. Wij, de ouders van kinderen die moeten leven in dit land, kunnen niets doen om iets wat niemand wil te veranderen. Dit is gevaarlijk voor de toekomst.

Ik ben een voorstander van Chodorkovskij en Lebjedev. Ik ben tegen absurditeit en wetteloosheid. Ik ben tegen talentloze middelmatigheid en leugens.

Ljoedmila Oelitskaja


Noot

[1] Een teploesjka is een spoorwagon vergelijkbaar met een veewagen, die wordt gebruikt voor het vervoer van gevangenen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen