woensdag 29 september 2010

10. 1 juli 2009

Geachte Ljoedmila Jevgenjevna,

Sta me toe een beroep doen op uw aandacht en enkele aantekeningen maken op uw laatste brief over de staat en zijn rol.

Ik zal beginnen met een definitie. Wij brengen onszelf vaak in verwarring door, zowel in de historische wetenschap als in de beschrijving van hedendaagse processen, dezelfde bewoordingen te gebruiken die soms het gevolg zijn van vele eeuwen van evolutie van de oorspronkelijke ideeën.

Het meest voor de hand liggende voorbeeld is de democratie als een methode van staatsinrichting. Als we vandaag zouden proberen om de principes van de Griekse democratie weer in te voeren, zouden we totalitarisme krijgen (of, op zijn best, een autoritaire staat). Het systeem van overheidsinstellingen, dat we vandaag de dag democratie noemen, werd uitgewerkt door een aantal wetenschappers in de loop van voornamelijk de XVIIIde eeuw.

Het zelfde geldt voor het meer algemene concept van de “staat” (meer algemeen met betrekking tot de kwestie van het staatsbestuur).

Een staat is een methode van zelf-organisatie van de samenleving, gebaseerd op de wezenlijke bijdragen van haar leden (bijdragen in een of andere vorm, met inbegrip van het niet-herverdeeld gezamenlijk inkomen). Deze definitie beschrijft, uiteraard, wederom een staat uit het oogpunt van de bestuursfunctie [71], waarover de discussie in werkelijkheid gaat.

Kan een staat, bijvoorbeeld, beschikken over speciale dwang middelen? Uiteraard. We kennen een flink aantal staten waar de samenleving deze functie zelf opneemt.

Maar kan de staat “extern” zijn ten opzichte van de samenleving? Dat wil zeggen: niet voldoen aan de wens om een dergelijke vorm van controle te handhaven op de meerderheid van haar leden die geïnteresseerd zijn? (Het inerte deel van de gemeenschap is niet betrokken bij het bestuur). Neen! Ik benadruk: vandaag - neen.

Ik ben ervan overtuigd dat een vorm van “externe” organisatie van de samenleving in de hedendaagse opvatting geen staat is in de letterlijke zin van het woord. Dat is een regime van bezetting, dat onstabiel is zonder steun van buitenaf.

In Rusland is er vandaag een staat. Of we die nu willen of niet. ik zeg er meteen bij: het zijn overgangsvormen, maar ze bestaan binnen de grenzen van een generatie (20 jaar).

Dat is mijn standpunt over de terminologie van de staat (zoals dit geldt voor de kwestie van het bestuur). Nu over de rol van de Russische staat. Ik zou graag hetzelfde concept van de rol en de macht behandelen.

De macht, in de zin van het legitieme recht om zich te bemoeien met publieke en het privé-leven, is in ons land echt enorm, slecht geregeld en met extreem weinig tegengewicht, maar haar rol - echt deelnemen aan het leven van de burgers - is inadequaat.

Als ik zeg “inadequaat”, dan bedoel ik onvoldoende voor de toestand waarin onze samenleving zich nu bevindt. Zij kan en wil immers de vele problemen niet zelf oplossen (buiten de staat). Onze samenleving staat daarin niet alleen, maar dan moet de rol van de staat belangrijker worden.

In het bijzonder is het aandeel van het BBP (de maatschappelijke rijkdom) door de staat wordt herverdeeld in ons land lager dan in de meeste ontwikkelde landen, en zeker lager dan bij onze buren met een vergelijkbaar klimaat. En dit is de belangrijkste algemene indicator, hij vindt zijn praktische weerspiegeling in het zwakke pensioenstelsel, het systeem van de gezondheidszorg, het vervoer en de infrastructuur voor openbare nutsvoorzieningen, en zo meer.

Maar ook als we het hebben over onze industrie is de rol van onze staat onverantwoord klein.

Natuurlijk kan Poetin persoonlijk beslissen over de feitelijke nationalisatie of een verandering van eigendom in gelijk welke onderneming. Hij kan 10 staatsbedrijven oprichten en daar enorm veel activa in investeren. Dat is macht.

Maar hun invloed (de kracht omgezet in actie) op de industrie van het land is zeer klein. Het blijft elementair.

Er bestaan twee alternatieven: ofwel “liberalisme” en we zullen wel zien wat de markt doet, ofwel een doordacht industrieel beleid.

In de praktijk is het natuurlijk altijd een combinatie van beide. Maar ik vind (en in die zin ben ik een staatsman) dat onder de huidige omstandigheden het aandeel van de industrie dat onder het “industriebeleid” valt een aanzienlijk deel van de industriële productie moet vertegenwoordigen. Waarschijnlijk 60%.



















Zaken doen in Rusland? Vraag mij hoe.

Wat bedoel ik met “industrieel beleid”? Waar, wanneer en hoeveel olie, gas, hout, diamanten, en misschien nogeen paar strategische grondstoffen moeten worden geproduceerd. En hoe. Dat is de zaak van het bedrijfsleven. Waar en in welke vorm de grondstof kan worden geleverd. Als een bepaalde keuze binnen de toegewezen opties is dat een zaak van het bedrijfsleven. Waar en hoe elektrische stroom moeten worden geproduceerd, waar hij moet worden geleverd (de strategische stroom - ongeveer 70% van de productie). Waar wegen moeten gebouwd worden, waar steden moeten ontwikkeld worden, en universiteiten. En andere dergelijke vragen - op een honderdtal pagina's, een aanpasbaar, flexibel plan (een vijfjarenplan, hoe walgelijk dat ook mag klinken [72]) - op honderden duizenden pagina's (als je de regionale dimensie er bij neemt).

Waarom? Nogmaals, het probleem van het bestuur. Om een markt te doen werken, moet men ten minste drie, maar beter vier onafhankelijke leveranciers hebben van specifieke diensten (producten) op elk punt waar dat nodig kan zijn. In een klein land kan dat probleem worden opgelost door de externe markt. In de grote markt op het grondgebied van Rusland (en hier is de toegankelijkheid van het grondgebied en het vervoer belangrijk) is de rol van de externe markt beperkt, maar essentieel.

De structuur van de industrie en het vervoer in ons land is slecht. Vooral na de ineenstorting van de Sovjet-Unie. Men zou erg lang kunnen wachten tot de markt opnieuw bouwt aan wat er ontbreekt. Het is noodzakelijk om de belangrijkste tekortkomingen te compenseren met een structureel industrieel beleid, en vervolgens, voor zover het “skelet” is hersteld en het “spierweefsel” weer is aangegroeid, de “titanium pinnen” er uit te halen (zoals bij een meervoudige breuk).
Ik heb dit standpunt verdedigd sinds 1991, hoewel ik weet dat veel liberalen, mijn vrienden, het niet met mij eens zijn. Ach, conceptueel zijn zij verkeerd, terwijl in de praktijk van vandaag de staat is niet in staat is om met deze kwesties om te gaan. Maar ze moeten worden opgelost. Daarom kan (en moet) de macht van de staat worden verminderd (er is te veel macht, en ze is onevenwichtig), maar de rol van de staat, de feitelijke deelname aan het economische en sociale leven, die moet belangrijker worden in dit stadium.

Nogmaals mijn verontschuldigingen voor het in beslag nemen van uw tijd.

Het onderwerp van “eerlijke soldaten” en zo, en de verhouding tussen berekening en kunst in het leven, las ik met veel plezier en interesse. Uw standpunt lijkt mij niet absoluut, maar zeer nuttig voor de “komsomolist” en “geek” die ik ben. Dank je. Ik zal nadenken.

Met respect en waardering,

M. Chodorkovskij


Noten

[71] Administratie - in deze brief gebruikt Mckhail Chodorkovskij vaak het Russische woord управления - oepravlennija, dat zowel “bestuur” (management) als “administratie” kan betekenen.

[72] "vijfjarenplan" - de term “vijfjarenplan” verwijst naar een reeks van landelijk gecentraliseerde programma’s van snelle economische ontwikkeling in de Sovjet-Unie. De poging om een ongeletterde agrarische samenleving te veranderen in een geavanceerde industriële economie in een decennium veroorzaakte echter veel leed. Omdat het voldoen aan de doelstellingen van de vijfjarenplannen de hoogste prioriteit had om te evolueren in de richting van een communistische utopie, werd het officiële liegen over de productiviteit een deel van het economische systeem.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen